Jongerenwerk als vak - Intuïtie verbinden aan professie
Jan Pieter Jansen begon zijn loopbaan als vrijwillig jongerenwerker in Sydney. Terug in Nederland studeerde hij pedagogische wetenschappen en ging professioneel aan de slag als jongerenwerker. Hij is trainer bij de Amsterdamse Jongerenwerkacademie - de AJA, het initiatief van wethouder Mbarkie om jongeren- en straathoekwerk als professioneel vak op de kaart te zetten.
'De AJA biedt jongerenwerkers uit alle Amsterdamse welzijnsorganisaties de kans om een reeks van acht trainingsdagen te volgen, het zogenoemde kernprofiel. Daarin komt de methodische basis van het jongeren- en straathoekwerk uitgebreid aan bod. Daarnaast is het ook een fijne plek voor verbinding tussen jongerenwerkers. Je hart luchten, nieuwe ideeën opdoen. Binnenkort starten we met verdiepingsprofielen op specifieke thema's, zoals veiligheid of meidenwerk.'
In dialoog
‘In het trainingswereldje wordt veel gezonden, maar wij geloven daar niet in. We willen trainingen juist super interactief maken: eerst een stuk theorie, dan meteen de praktijk in, werkvormen terugkoppelen aan de theorie. En we staan als trainers náást de jongerenwerkers. Want de kennis zit ook bij hen. Aan het begin zeggen we altijd: wij zitten hier met twee trainers, maar er is zoveel meer kennis in deze ruimte. Laten we die samen opbouwen.'
Koorddansen
'Wat jongerenwerk tot vakwerk maakt, is de werkrelatie met jongeren. Die is uniek. Je werkt in het derde opvoeddomein, buiten school en thuis, en zonder autoriteitsfunctie. Je bent geen ouder, geen docent, maar wel een mede-opvoeder. Je bent constant aan het balanceren tussen náást iemand staan, en soms toch ook handelen met de pedagogische pet op. Onderzoekers noemen dat emancipering en disciplinering: je wil jongeren vrijlaten om zich te ontwikkelen, maar ze hebben ook sturing nodig. Die balans bewaken is een vorm van koorddansen; een oefening die steeds aandacht nodig heeft en vragen oproept. Juist daarom is het gesprek met andere jongerenwerkers zo essentieel.’
Intuïtie verbinden aan theorie
‘Veel jongerenwerkers doen hun werk al jaren vanuit intuïtie, en die intuïtie is vaak gewoon on point. Maar ze weten niet altijd hoe ze dat onder woorden moeten brengen. Ik had een jongerenwerker in het kernprofiel die zei: ik vind het zo moeilijk om aan anderen uit te leggen wat ik doe. Terwijl docenten op zijn school naar hem toekwamen om te vragen hoe hij dat deed, zo'n gesprek met 25 jongeren in de pauze. Maar hij deed het gewoon. Maar hij had er geen woorden voor. Dat is precies waar de AJA voor is: woorden kunnen geven aan wat er al gebeurt. Het jongerenwerk kunnen legitimeren naar opdrachtgevers, scholen, subsidieverstrekkers. Want het vak is effectief, dat weten we. Maar om erkend te worden als volwaardige partner in het sociale domein, moet je jezelf ook kunnen verantwoorden. Dat zelfvertrouwen zie ik groeien bij de jongerenwerkers die de training volgen.'
Nooit af
'Jongerenwerk is als discipline nooit af. De leefwereld van jongeren verandert voortdurend, en een jongerenwerker sluit altijd aan bij die leefwereld. Niet top-down, maar bottom-up. Dat is ook precies wat het vak zo effectief maakt, preventief maar ook als er al dingen spelen. Je bent een bondgenoot. En zolang de leefwereld van jongeren blijft veranderen, blijft ons vak ook eindeloos in ontwikkeling.'
‘Het vak is effectief, dat weten we. Maar we moeten ook woorden kunnen geven aan wat er al gebeurt.’