Van losse eilanden naar ecosysteem - Samenwerken rondom een jongere
Egbert de Vries is directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband voortgezet onderwijs Amsterdam-Diemen. Vanuit die positie werkt hij nauw samen met jongerenwerkorganisaties, jeugdhulp en de gemeente. Daarbij geldt één gedeeld doel: zorgen dat jongeren de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben, ook als dat de muren van de school overstijgt. Jongerenwerk speelt daar volgens hem een wezenlijke rol in.
'Een jongere groeit op in meerdere werelden tegelijk. Thuis, op school, in de wijk, online. Als je alleen kijkt naar wat er in de klas gebeurt, mis je een groot deel van het verhaal. Daarom is er samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp en jongerenwerk. Jongerenwerkers vormen daarin een cruciale schakel, omdat zij die afzonderlijke werelden met hun werk overstijgen. Ze zijn er op school, maar ook in de wijk. Ze kennen de leerling, maar ook de straat waar de leerling na schooltijd vrienden opzoekt. Die doorgaande betrokkenheid is onderscheidend.'
Een ander beeld van de leerling
‘Jongerenwerkers op school helpen docenten om anders – breder - naar leerlingen te kijken. Een docent heeft een beeld van een leerling op basis van gedrag in de les en leerprestaties. Een jongerenwerker kan dat beeld nuanceren of verrijken. Kan zeggen: deze jongen moet elke ochtend zijn broertje naar school brengen, dus hij is soms wat slaperig. Of: zij is 's avonds succesvol dj, dat vertelt ze misschien niet in de les maar vertelt ze wel aan mij. Dat soort informatie verandert hoe je naar iemand kijkt. En daarmee verandert ook hoe je met diegene omgaat.'
Gelijkwaardigheid als voorwaarde
'Samenwerking tussen onderwijs en jongerenwerk vraagt dat beide partijen elkaars professionaliteit serieus nemen. Dat betekent ook dat je elkaar vertrouwt als een jongerenwerker zegt: ik weet iets van deze leerling, maar dat kan ik je nu nog niet vertellen. Ik kan je wel adviseren om dit te doen of dat te laten. Dat vraagt vertrouwen. En vertrouwen bouw je op door investering in de relatie, door basisafspraken te maken, en door elkaar de tijd te geven om vertrouwd te raken. Dat is pionieren. Elke school vraagt om een andere aanpak. Daarom hebben we afgesproken dat elke school samen met de jongerenwerkorganisatie een eigen plan van aanpak maakt.'
De helft bereikt
'In Amsterdam hebben 42 vo-scholen jongerenwerk. Maar de andere helft heeft het nog niet. Dat is een budgettaire kwestie en niet een kwestie van relevantie. Want eigenlijk zou iedere school er wel bij varen. Jongerenwerk draagt bij aan het welzijn van leerlingen, aan het pedagogisch klimaat, en aan het succes van de school als geheel. En de jongerenwerker overstijgt het schooldomein: jongeren gaan een x-aantal uren naar school, maar daarna gaat hun leven door. Die doorgaande betrokkenheid, over school, thuis en wijk heen, die is eigenlijk onmisbaar.'
Bewijs en structureel geld
'We doen nu onderzoek met Youth Spot naar de werkzame elementen van jongerenwerk op school, zodat we de waarde beter kunnen onderbouwen. Dat moet, en dan doen we ook graag. We hopen natuurlijk dat we, als we die bewijsstukken op papier hebben, niet meer afhankelijk blijven van tijdelijke middelen en losse potjes. Er is een wethouder die wil investeren, en wij als samenwerkingsverband willen graag meegaan. De wind waait goed mee, maar daarmee zijn we er nog niet.’
'Jongerenwerkers weten dingen van leerlingen die docenten niet te horen krijgen.’